Flexwerkplekken: Zegen of vloek

vrijdag 6 september 2013 door Sonja Scholten

Flexwerkplekken kun je tegenwoordig overal huren. Zegen of vloek?

Een aantal jaren geleden schoof ik aan bij een vergadering in de van Nelle Fabriek in Rotterdam. Kantoren waar externen een flexplek konden huren waren nog maar net in opkomst. Ons gezelschap bestond met name uit beleidsmakers economische zaken, vastgoed-jongens en adviesbureaus. Vanuit de landelijke overheid was een onderzoek gefinancierd naar de opkomst van flex plekken en met het aanwezige gezelschap werd de uitkomst besproken en werden nieuwe locaties die onder aanwezigen bekend waren aan de lijst toegevoegd. Let wel, een landelijke lijst, het was nog een bijzonder fenomeen!

Nog maar enkele decennia geleden was het werklandschap heel overzichtelijk. Je had kantorenlocaties, bedrijvenparken en binnenstedelijke bedrijventerreinen. Een degelijke maar ontzielende indeling alsof werken en leven niets met elkaar te maken hebben. De zakelijke dienstverlening trok zich gelukkig niet veel van deze indeling aan, die jongens zaten overal, ook in de binnenstad. Kleine bedrijfjes worstelden zich omhoog en als er voldoende cashflow was, ging de deur van de bank en de makelaar op een kiertje, let wel, op een heel klein kiertje.

Als antwoord op deze situatie kregen we bedrijfsverzamelgebouwen waar de kleinere huurder zich kon vestigen en waar de onrendabele top met behulp van een subsidie werd weggepoetst. Deze panden trokken zich al iets minder aan van de locatie. De kleine bedrijfjes kropen bij elkaar in een gebouw en de grote jongens haalden er hun neus voor op, verschil moest er immers wezen. De concepten van dergelijke panden klonken flexibel, maar het denken was best nog wel star, vooral de huurtermijn, daarover viel nog niet echt vaak over te onderhandelen. Het was nog oud denken in een verjongd jasje.

Het imago van bedrijfsverzamelgebouwen nam zienderogen toe op het moment dat oud industrieel erfgoed opnieuw in de markt werd gezet. De uitstraling van dergelijke panden had een groot effect op de directe omgeving en er moest zelf voor worden opgepast dat grote jongens aangetrokken door de hippe uitstraling, de kleinere bedrijfjes – die deze locaties groot hadden gemaakt met hun visie en lef - niet uit de markt gingen drukken.

Terwijl beleidsmakers zich nog zorgen zaten te maken over die verdrukking, doken  flexlocaties op. Ontschotte kantooretages, waar iedereen niet meer in zijn eigen hok zat, maar plaats nam in een ruimte waar je per dagdeel een bureau kon huren.

Flexplek locaties werden een gat in de markt. Iedereen dook er plotsklaps op. De opkomende leegstand versnelde het proces. Inkrimpende organisaties hoopten de eigen kas nog wat te kunnen spekken een zetten een deel van het leegstaande bedrijf als flexkantoor en of bedrijfsverzamelpand in de markt. Anderen richten bewust bij nieuwbouw een deel van het pand als zodanig in, dat stond wel hip en getuigde van nieuw denken. Kleinere bedrijven en zelfstandigen konden ineens overal terecht, de opzegtermijnen werd korter en het werd een omgedraaide wereld. Eind goed al goed?

Nee, je wilt niet alleen een werkplek. Je wilt bovenal werken op een plek waar ontmoetingen tot meerwaarde leiden. In veel steden zie je nu dat flexwerkpleklocaties en bedrijfsverzamelpanden als paddenstoelen uit de grond schieten. Met per locatie amper voldoende huurders om onderlinge ontmoetingen te generen. Daardoor komen er veel te weinig nieuwe interessante dwarsverbindingen tot stand, de voorwaarde om de eigen zaak bedrijfsmatig nieuwe impulsen te geven maar ook een keiharde voorwaarde voor innovatie om de regio of de BV Nederland economisch te laten floreren.

En dan moet ik terugdenken aan die ene bijeenkomst, toen flexwerklocaties nog een zeldzaamheid waren en we ze landelijk nog bijna op een paar handen konden tellen.

Nu is het wat dat betreft een wereld van overvloed. En daarmee ligt er een nieuwe uitdaging klaar, dergelijke ‘hubs’ zodanig in te richten dat het er gaat zinderen van energie. Een missie waarvoor overheid, eigenaren en huurders feitelijk de handen in een zouden moeten slaan. Als afzonderlijke partij ga je het niet redden deze klus te klaren.

Sonja Scholten is economische geograaf en heeft een eigen adviesbureau op het domein van economische ontwikkeling, creatieve industrie en arbeidsmarkteconomie. www.citydna.nl

steekwoorden:
delen: Stuur door